


“Eigenlijk begon het al vroeg. Ik ben opgegroeid op het platteland, dus buiten zijn en wandelen waren vanzelfsprekend. Maar het is een echte passie geworden toen ik 15 was en mijn eerste grote trektocht plande. Ik vloog naar Rome met een eenvoudig plan: te voet naar Napels. In mijn eentje, met enkel een rugzak en een hangmat om in te slapen. Op een ochtend werd ik gewekt door een boswachter: blijkbaar was mijn overnachting daar niet helemaal volgens de regels.”
“Een route had ik niet uitgestippeld. Ik gebruikte gewoon Google Maps en volgde grotendeels de kustlijn. Na iets meer dan een week bereikte ik Napels. Het was een geweldige ervaring. Zo’n avontuur zou ik absoluut nog eens overdoen.”
“Dat ging eigenlijk vanzelf. In het begin maakte ik gewoon wandelingen van tien à vijftien kilometer, met alleen een drinkfles en wat energierepen. Maar stap voor stap werden de afstanden langer. Ik begon onderweg te kamperen. De ervaring leerde me dat ik heel wat spullen eigenlijk niet nodig had. Dus nam ik steeds minder mee.”
“Met minder gewicht op je rug voel je meteen meer vrijheid, letterlijk en figuurlijk. Je kan makkelijker van het pad afwijken, nieuwe routes proberen of zelfs spontaan een klim improviseren. Die vrijheid vind ik geweldig.”
“In principe wel, maar het hangt af van wat je precies wil doen. Een dagtocht van 15 km dicht bij huis vraagt natuurlijk minder voorbereiding dan een meerdaagse trektocht met overnachtingen. Maar als je benen en je hoofd goed zitten, en je niet bang bent om even zonder luxe te leven, dan kan bijna iedereen het proberen.”
“Ultralight hiking draait vooral om keuzes maken. Je probeert je rugzak zo licht mogelijk te houden door enkel mee te nemen wat echt nodig is. Maar wat ‘nodig’ is, verschilt voor iedereen. Voor sommige mensen is een kussen onmisbaar. Anderen laten hun tent thuis, maar kunnen niet zonder gevriesdroogde maaltijden. En waar puristen een vouwstoel ballast vinden, zweert iemand anders daar juist bij.”
“Het lijkt me geen goed idee om van de ene dag op de andere volledig ultralight te gaan. Bouw het rustig op en ontdek gaandeweg wat voor jou werkt.”
“Er bestaat geen officiële norm, maar puristen spreken vaak over maximaal vijf kilo. Dat is alles samen: rugzak, tent, slaapmatje, slaapzak, kleding en eten. Sommige hikers gaan nog verder en laten zelfs hun tent thuis. Zij slapen bijvoorbeeld in een hangmat of onder een tarp. Zelf heb ik meestal tussen 4,5 en 5 kilo bij.”
“Technische materialen zijn voor kleding en uitrusting ideaal omdat ze licht zijn en snel drogen. Maar laat je niet te veel vastpinnen op een exact gewicht. Zolang je je onderweg amuseert, zit je goed.”
“Het grootste verschil met klassieke trekking is dat het fysiek en mentaal lichter aanvoelt. Minder gewicht betekent minder vermoeidheid en minder stress. Daarnaast versterkt het je gevoel van vrijheid. Je beweegt makkelijker en voelt je dichter bij de natuur.”
“Ook je zintuigen worden scherper. Je voelt wind, regen, zon en kou veel intenser. En omdat je meestal maar één paar schoenen meeneemt, steek je soms een rivier gewoon op blote voeten over om ze droog te houden. Dat soort momenten maken de ervaring heel puur.”
“Bovendien is het ook beter voor het milieu. Met minder materiaal en minder impact verklein je automatisch je ecologische voetafdruk.”
"Als de benen en het hoofd goed zitten en je even zonder luxe kan, dan is het perfect mogelijk."
Vincent, expert travel
“Dat hangt af van je keuzes. Mijn T-shirt en wandelbroek zijn bijvoorbeeld van merinowol. Samen kostten ze ongeveer 200 euro. Dat is duurder dan synthetische materialen, maar ze gaan lang mee en zijn milieuvriendelijker.”
“Zelf draag ik meestal gewoon een T-shirt en een lichte jas. Als je snel koud hebt, neem je best een extra laag mee, zoals een fleece.”
“Een basisuitrusting bestaat verder uit een lichte rugzak van 25 tot 40 liter en een soepele drinkfles met filter om water te zuiveren. Hydratatie is cruciaal tijdens het wandelen.”
“En natuurlijk zijn goede wandelschoenen onmisbaar. Welke je kiest hangt af van het terrein. Persoonlijk vind ik Hoka, On en Merrell heel comfortabel.”
“Ultralichte tenten kunnen prijzig zijn. Maar je hoeft niet meteen alles te kopen. Voor je eerste tochten kan je perfect materiaal lenen of huren.”
“Begin dicht bij huis. Ik woon in België en kan gewoon de trein nemen naar de Ardennen of naar het noorden van Vlaanderen. De streek rond Gouvy, in de provincie Luxemburg, is ideaal om te starten. Je vindt er meer dan 300 kilometer bewegwijzerde wandelroutes en heel wat kampeermogelijkheden. Ook de websites van Natuurpunt en Natagora staan vol inspiratie voor mooie wandelingen.”
“Op nummer één staat zonder twijfel de Fishermen's Trail in Portugal. Die route loopt langs de kust en vaak door het zand. In totaal gaat het om zo’n 200 kilometer. Ik deed het volledige traject in twee weken, maar je kan ook afzonderlijke etappes wandelen.”
“Mijn tweede favoriet is de beklimming van de berg Tryfan in Wales. Vier uur klimmen tot op 917 meter en daarna weer naar beneden. Een stevige dagtocht in een fantastisch landschap. Dat smaragdgroene gras is echt indrukwekkend.”
“De derde topper is het Pembrokeshire Coast Path, ook in Wales. Over 300 kilometer wandel je vlak langs de zee. Het pad gaat voortdurend op en neer langs spectaculaire kliffen. In de zomer is het er prachtig. Onderweg vind je campings en herbergen, dus je bent nooit ver van de bewoonde wereld. Ik wandelde er twee weken over, soms 8 uur per dag.”
“Mijn volgende project: Japan! Over een maand vertrek ik voor drie weken. Naast wat sightseeing wil ik vooral solo hiken in het Yatsugatake-gebergte. Ik slaap in mijn tent. ’s Nachts kan het er tot -5 °C afkoelen. Deze keer wordt het trouwens geen échte ultralight trip: mijn rugzak zal bijna tien kilo wegen.”
“Om onder de vijf kilo bagage te blijven, moet je keuzes maken.”
Vincent, expert travel
“Als je onder de vijf kilo wil blijven, moet je keuzes maken. Comfort is meestal het eerste dat sneuvelt. Je gaat terug naar de essentie. Met ervaring leer je wat je echt nodig hebt en wat overbodig is. Zo wordt je rugzak na elke tocht een beetje lichter.”
“Je moet ook rekening houden met kleine ongemakken: minder slaap, kou, natte kleren en geen douche. Zeker als je buiten de klassieke wandelroutes trekt en meer op jezelf bent aangewezen.”
“Check altijd de weersvoorspellingen voordat je vertrekt. Dat heb ik zelf geleerd tijdens een tocht in het zuiden van Frankrijk. Het was midden in de zomer en ik verwachtte mooi weer, maar plots zat ik in een zware storm. Mijn vingertoppen werden gevoelloos en ik zat dicht tegen onderkoeling. Uiteindelijk vond ik gelukkig een schuur waar ik kon schuilen.”
“En nog een tip als je kampeert: leg ’s nachts je eten goed verpakt op 30 à 50 meter van je tent. Zo trek je geen dieren aan. Hetzelfde geldt voor je wandelschoenen, want verrassend genoeg kan ook hun geur nieuwsgierige bezoekers lokken.”
· Lichte rugzak (25–40 liter): “Een compacte rugzak volstaat voor een ultralight trektocht. Ik gebruik zelf een Vaude-rugzak van 28 liter. Dankzij compressiezakken past alles erin zonder onnodig volume.”
· Soepele drinkfles met waterfilter: “Water moet goed gefilterd of gezuiverd worden. Ik kookt water wanneer dat kan, maar gebruik ook Micropur-tabletten of een filterfles.”
· Lichte tent: “Een ultralichte tent voor de zomer weegt vaak maar 600 à 700 gram en kan gecombineerd worden met een tarp bij regen. Wil je nog minimalitischer gaan, dan is een bivakzak een optie, maar moet je extra rekening houden met het weer.”
· Compact slaapsysteem: “Een lichte slaapmat en een donzen slaapzak zorgen voor comfort zonder extra gewicht. Ik gebruik een Tensor All Season-matras van Nemo en een Nomad Fornax 480-slaapzak: warm genoeg voor wintertochten, maar nog steeds compact.”
· Ademende kleding: “Lichte, ademende materialen drogen snel en blijven comfortabel op lange tochten. Mijn favoriete T-shirt is de Oasis Crewe van icebreaker en ook de T-shirts van Ayacucho vind ik heel aangenaam.”
· Comfortabele wandelschoenen: “Die maken het verschil tijdens lange afstanden. Ze moeten vooral licht en comfortabel zijn, aangepast aan het terrein waarop je wandelt. Ik draag graag de Merrell Moab Speed 2 Gore-Tex.”
· Kookvuur en eten: “Met een klein gasbrandertje kan je onderweg eenvoudig water koken of een warme maaltijd bereiden. Ik gebruik een MSR PocketRocket en neem graag gevriesdroogde maaltijden, noten en vers fruit mee in een dry bag aan mijn rugzak.”
Wij maken gebruik van marketing, analytische en functionele cookies en vergelijkbare technologieën. Ook derden en sociale netwerken kunnen cookies plaatsen via onze website. Als je op “accepteren” klikt, ga je hiermee akkoord. Je kan voorkeuren ook wijzigen en wij slaan jouw keuze twee jaar op. Direct je keuze wijzigen? Dat kan via de cookie policy button onderaan alle pagina's.