Geen vuiltje aan de kust. Bernadette prikt elke dag afval van het strand.

Moest het niet vol zand liggen, je zou tussen Koksijde en Nieuwpoort kunnen eten van het strand. Zo proper ligt de strook Belgische kust erbij. En dat dankzij de tomeloze inzet van Bernadette ‘mama Detje’ Meeus. Met een prikker in de hand vist ze bijna dagelijks groot en klein afval uit de duinen en de vloedlijn.


Al twee grijpers versleten

Het is bewolkt aan ’t zeetje. Het enige zonnetje op het strand heeft een fluogroene vest aan en een brede smile op haar gezicht. Het is Bernadette Meeus, zwerfvuilvrijwilligster en in die hoedanigheid een bijna even vertrouwd onderdeel van het straatbeeld - of moeten we zeggen strandbeeld? - als de schelpen in het zand. Onder haar linkerarm heeft ze een afvalring geklemd, in haar rechterhand bungelt een grijper met de opdruk van een dinosaurus. Bernadette laat zijn kaken klapperen.

“Zie, weer bijna een grijper versleten. Het is al mijn tweede”, zegt ze. Dat zal wel zijn, als je in je eentje een strook van 4,5 kilometer strand en duinen netjes probeert te houden. “Ik doe het stuk tussen de dijk in Koksijde en die in Nieuwpoort. Het kost me twee tot drie dagen om dat volledig proper te maken.”



Wie is Bernadette Meeus?

LEEFTIJD

68 jaar

 

BIJNAAM

Mama Detje

 

BEROEP

Gepensioneerde onthaalmoeder

 

RELATIE

Gelukkig gescheiden

 

GEZIN

Moeder van een dochter en een zoon

Grootmoeder van vier kleinkinderen

Zorgt mee voor haar mama van 99

 

HOBBY

Badminton, paardentrektochten, wandelen, zwerfvuil rapen…

Een vaste route heeft Bernadette niet, een tijdsschema evenmin. “Ik kom wanneer ik zin heb. Soms ’s morgens, dan weer in de namiddag. Of heel vroeg in de ochtend, wanneer er nog niemand op het strand is geweest. Geen voetstap staat er dan in het zand. Met de getijden houd ik ook geen rekening. Is het laag water, dan doe ik de vloedlijn, bij hoog water zit ik in de duinen. Eigenlijk doe ik gewoon mijn goesting (glimlacht).”


Brillen uit de sjiekenbak

Vlak naast het wassende water ontwaart Bernadette een gebreide muts. Hop, de zak in! “Gelukkig is ze redelijk droog. Wanneer ik natte kledingstukken vind, probeer ik eerst met mijn voeten het water eruit te duwen. Anders wordt mijn zak te zwaar. Zo’n muts gooi ik trouwens niet weg. Alles wat nog bruikbaar is, gaat thuis in de wasmachine en breng ik naar de Kringwinkel.”

 

Of ze al echte schatten heeft gevonden? Bernadette lacht en schudt het hoofd. “Wanneer ik een fles vind, kijk ik wel altijd of er een boodschap in zit, maar helaas (glimlacht).” Van meer waardevolle spullen probeert Bernadette de eigenaar op te sporen. “Ik heb zo al twee brillen naar de politie gebracht. Zij plaatsen er dan foto’s van op hun website. Dat doe ik alleen wanneer ik zie dat het echte brilglazen zijn hoor, niet bij een zonnebrilleke uit de sjiekenbak.”

“Alles wat nog bruikbaar is, gaat thuis in de wasmachine en breng ik naar de Kringwinkel.”

Bernadette startte twee jaar geleden met afvalrapen. Omdat ze simpelweg niet meer kon genieten van een wandeling. “Al dat afval overal, ik werd er ziek van. Dus was er één oplossing: alles zelf oprapen. Of nee, de tweede oplossing was binnenblijven. Maar dat zag ik niet zitten (glimlacht).”

 

Sindsdien is Bernadette vrijwel elke dag op het strand te vinden. “Ik doe het omdat ik het graag doe, niet omdat het van iemand moet. Ik heb 25 jaar van ’s morgensvroeg tot ’s avonds laat gewerkt als onthaalmoeder. In feite was ik vastgekluisterd aan huis. Die tijd is voorbij. Nu is het aan mij om te genieten. Toen er kleinkinderen kwamen, heb ik tegen mijn kinderen ook gezegd dat ze iemand anders moesten zoeken als vaste oppas.”

En toch. Als het nodig is, dan staat Bernadette er. Toen haar dochter ziek werd bijvoorbeeld. “Twee jaar geleden kreeg ze borstkanker. Ze is nog steeds aan het herstellen. Ik probeer haar en haar gezin zo goed mogelijk bij te staan.” En dan is er nog Bernadettes moeder, een even kranige dame als Bernadette zelf, met ondertussen al 99 lentes op de teller. “Ik zorg mee voor haar. Samen gaan we geregeld zwerfvuil rapen in de straten. Op het strand is dat onmogelijk met een rolstoel. Ik duw haar voort en zij houdt de zak vast. En wanneer het te traag gaat naar haar goesting, begint ze met de zak te schudden (glimlacht).”

 

Tussen het babbelen door grist Bernadette de kleinste dingen uit het zand. Afval dat een ander amper zou opmerken. Witte stokjes van lolly’s, kroonkurken … “Je ogen raken daarin getraind. Ik word er gewoon naartoe gezogen. Kijk, hier steekt een oranje puntje omhoog uit het zand. Als je zoiets probeert te grijpen, kan het zijn dat er een touw van een meter tevoorschijn komt.” Vandaag is het maar een kort exemplaar. “Touwen en netten zijn typische dingen die loskomen van boten en aanspoelen op het strand. Veel van het overige afval is bewust achtergelaten door bezoekers.”


Prikken tussen de zonnebaders

Of er meer afval ligt in de zomermaanden, willen we weten. “Moh ja!”, roept Bernadette. “Dan is het hier een sluikstort.” Op drukke zomerdagen prikt Bernadette zich een weg tussen de zonnebadende toeristen. “Vooral kindjes kijken dan naar mij en vragen aan hun ouders wat ik aan het doen ben. Of ze komen helpen door afval aan te wijzen. Ik hoop altijd dat er ergens een belletje begint te rinkelen wanneer mensen me bezig zien. Dat ze leren om hun afval zelf op te ruimen.”

 

Bernadette is een bekend gezicht geworden op het strand. In Koksijde kent iedereen haar als ‘mama Detje’. Het is de bijnaam die ze kreeg van een van haar eerste onthaalkindjes. “Dat jongetje is ondertussen een man van 39, maar die naam is altijd blijven hangen.”

“Ik hoop altijd dat er ergens een belletje begint te rinkelen wanneer mensen me bezig zien. Dat ze leren om hun afval zelf op te ruimen.”

Mama Detje is vandaag niet te houden. Alsof het strand één grote speeltuin is, zo huppelt ze bijna naar de duinen. “Daar heb ik altijd prijs”, klinkt het. “Ik vind er veel papiertjes met pipi en kaka op. Eigenlijk zou ik ze allemaal moeten laten liggen. Dan zien de mensen dat die mooie duinen in feite één grote wc-pot zijn.”

 

“De wc-voorzieningen zijn alleen in de zomer open, dus mensen hebben ook geen andere optie. Maar het zou helpen als ze hun behoefte en papiertjes begraven in het zand. In de duinen kom ik trouwens wel eens verliefde koppeltjes tegen. Die dan denken dat ze op een plek zitten waar niemand komt, maar dan kennen ze mij nog niet (glimlacht).”

 

Stopsels van bierflesjes, peukjes van sigaretten, snoepepapierkes. Bernadette somt op wat ze het vaakst vindt op het strand. “Tijdens de lockdowns stootte ik ook dikwijls op afval van meeneemmaaltijden.” Vervelend, maar waar Bernadette naar eigen zeggen écht horend(r)ol van wordt, is hondenpoep. “Het ergste zijn de drollen verpakt in een zakje. Precies of mensen rapen dat op wanneer ze in het zicht staan van anderen om het dan iets verderop achter te laten als niemand het ziet.”

 

Af en toe gebeurt het dat Detje een sluikstorter betrapt. “Dan kan ik het niet laten om er iets van te zeggen. Zo zag ik op een parking eens een vrouw een plastic tandenstoker uit haar auto gooien. ‘Zie ik dat nu verkeerd of heb jij net iets weggegooid?’, zei ik.” Bernadette gniffelt. Ze heeft er nog plezier in wanneer ze eraan terugdenkt. “Daarna vroeg ik haar of het misschien een stukje hout was. ‘Nee, het was plastic”, antwoordde ze eerlijk. ‘Kijk mevrouw’, zei ik. ‘Je kan nu twee dingen doen. Ofwel neem je die tandenstoker mee, ofwel laat je hem liggen en ruim ik hem op.’ Awel, ze heeft het meegenomen!”

Plots verlamd

Bernadette huppelt van hier naar daar en klautert gezwind de duinen in. “Moet je weten dat ik vorig jaar geopereerd ben aan mijn voeten. Zelfs toen ik nog herstellende was, kwam ik afvalrapen, steunend op een kruk. Dat houdt me niet tegen. Ik speel al 38 jaar badminton, het houdt me fit. En sinds kort heb ik een nieuwe hobby: paardentrektochten maken. Onlangs ben ik met een groep naar het Zoniënwoud geweest. Zalig was dat.”

 

Dat ze ten volle van het leven probeert te genieten, zegt Bernadette. “Want ik heb in het verleden al heel wat gezondheidsproblemen gehad. Toen ik twaalf was, ben ik zelfs een tijdlang verlamd geweest. Ik zat op een streng internaat. Op een dag probeerde ik na de zoveelste studie recht te staan, maar ik zakte door mijn benen. Ik had geen pijn of niks. Mijn benen wilden gewoon niet mee. Wat er aan de hand was, heb ik nooit exact geweten. De dokters spraken van een microbe in mijn ruggenmerg. En ze zeiden dat ik later zittend beroep zou moeten doen. O, nee hoor! Dat is niks voor mij. Eerst werd ik kinderverzorgster, later onthaalmoeder. Omdat het beter te combineren was met een eigen gezin.”

Drie bijzondere vondsten

Een autosleutel

“Enkele jongeren kwam eens aanlopen met een autosleutel die ze hadden gevonden in de duinen. Samen zijn we dan op de parking gaan zoeken naar de bijbehorende auto. En we hebben hem gevonden!” Wie dacht dat Bernadette vervolgens Bonnie en Clyde-gewijs de wijde wereld is ingereden met een gestolen bolide, is eraan voor de moeite. “Ik heb de sleutel verstopt in de auto en een briefje met mijn nummer onder de ruitenwisser gestopt. Een paar uur later belden de eigenaars mij op. Die waren content wi!”

 

Een doorweekte winterjas

“Dat vond ik een lugubere vondst, want wie laat nu zoiets liggen? Toen heb ik de gemeentediensten gebeld om hem te komen ophalen. Ik vrees dat het een jas was van een bootvluchteling.”

 

‘Cadeautjes’ voor een ander

“Op vraag van een kunstenaar heb ik een tijdje felgekleurd afval verzameld. Hij maakte er een soort grote, ijzeren poort vol opvallend zwerfvuil mee. Ondertussen is het kunstwerk af en staat het ergens in Nederland. Ik heb er een foto van gekregen, daar was ik heel blij mee. En alle haarrekjes die ik vind, houd ik bij voor een hondje dat daar graag mee speelt. Ik hang ze aan het handvat van mijn afvalring.

Bernadette vertelt honderduit over haar verlamming en over hoe zelfs daar mooie kanten aan zaten. “Tijdens mijn revalidatie moest ik van de dokter sporten. Zo mocht ik als enige meisje van het internaat naar buiten om te gaan turnen. Bij turnkring ‘Willen is kunnen’ in Oostende. Onderweg passeerde ik een bakker. De meisjes van het internaat gaven altijd een lange lijst bestellingen mee. Dan keerde ik terug met mijn turnzak vol pateekes (glimlacht).”

 

Het is een van de weinige mooie herinneringen die Bernadette heeft aan haar schooltijd. Haar studies verliepen moeizaam. “Ik studeerde en studeerde, maar kon niks onthouden. Overal verstopte ik spiekbriefjes. Mijn billen jong, die stonden tijdens de examens helemaal volgeschreven. Achteraf bleek dat ik een aangeboren geheugenstoornis heb. In mijn tijd als onthaalmoeder had ik daarom voor alles trucjes. Van de kindjes die sliepen bijvoorbeeld, zette ik de schoentjes onder de kapstok. Zo wist ik altijd wie er in zijn bedje lag. Ook nu nog schrijf ik elke avond mijn planning op voor de volgende dag. Maar verder kijk ik niet meer. Wil iemand iets met me afspreken verderop in de toekomst, dan moet die persoon wachten tot ik thuis ben en mijn agenda kan checken. Ja, tegenwoordig heb ik wel een ideaal leventje hoor”, knipoogt Bernadette.


Kruiswoordraadsels in het zonnetje

Dat mama Detje ons meeneemt op zwerfvuilronde is uitzonderlijk. Normaal komt ze altijd alleen. “Soms willen mensen met me meewandelen om te babbelen onderweg, maar daar heb ik geen zin in. Ik ben graag alleen. Pas op, ik kan tegelijk heel sociaal zijn tegen de mensen die ik tegenkom. Maar ik wil geen rekening moeten houden met iemand anders. Ik wil kriskras over het strand kunnen stappen en afval prikken.” Het is bovendien de ideale manier voor Bernadette om haar hoofd leeg te maken. “Je zou denken dat je alleen maar aan je problemen zit te denken wanneer je hier alleen rondstapt. Wel, dat doe je niet. Het enige wat me bezighoudt, is het afval dat ik tegenkom. Ik voel me hier zo vrij als een vogel.”

 

Vrij als een vogel en gezwind als een hinde. Zo huppelt Bernadette door het zand. Wordt ze moe, dan vlijt ze zich neer met een kruiswoordraadsel. “Dat heb ik altijd in mijn zak zitten, net als een mes. Om plastic flessen open te snijden. Sommigen vinden het plezant om die te vullen met zand en ze vervolgens achter te laten. Vroeger probeerde ik ze leeg te gieten, maar daar laat ik me niet meer aan vangen. Duurt veel te lang.”

Vrij als een vogel en gezwind als een hinde. Zo huppelt Bernadette door het zand. Wordt ze moe, dan vlijt ze zich neer met een kruiswoordraadsel. “Dat heb ik altijd in mijn zak zitten, net als een mes. Om plastic flessen open te snijden. Sommigen vinden het plezant om die te vullen met zand en ze vervolgens achter te laten. Vroeger probeerde ik ze leeg te gieten, maar daar laat ik me niet meer aan vangen. Duurt veel te lang.”

“Ik geniet echt van het zwerfvuilrapen. Elke dag kan ik me nuttig maken. Zeker in de zomer. Dan kan je met tien mensen komen rapen en nog handen te kort hebben.”

Rond Bernadettes nek hangt een sleutelbos. Met een van die sleutels heeft ze toegang tot de afvalbakken die verspreid staan op het strand. “Ik kreeg hem van de gemeente. Zo kan ik mijn zakken veilig achterlaten. De zak van vandaag houd ik bij. Hij is halfleeg. Morgen kan ik hem hergebruiken.”

 

Voor vandaag zit het rondje rapen erop. Voor ze gaat, poseert Bernadette voor enkele laatste foto’s. “Moet ik mijn duim opsteken?”, vraagt ze aan de fotograaf. “Dan weten de mensen dat het hier goed toeven is.” Ze snuift haar longen vol zeelucht. “Zalig toch? De zee ruiken. Uren kan ik hier rondlopen. Ik geniet echt van het zwerfvuilrapen. Elke dag kan ik me nuttig maken. Zeker in de zomer. Dan kan je met tien mensen komen rapen en nog handen te kort hebben.” Zijn er dan negen andere Detjes in Koksijde? “Er moeten nog zwerfvuilvrijwilligers rondlopen, maar ik heb ze nog niet gezien. En zo fervent als ik zijn er zeker geen twee (glimlacht).”

Laat je verder inspireren

Zot van de zee en niet te stoppen. Zelfs niet na een amputatie. Lees het inspirerende verhaal van surfster Sam.


Zeewater, chloor, zweet… Ze kunnen je badkleding beschadigen. Tenzij je je zwemkleding op de juiste manier wast. Wij leggen je uit hoe.