“Een goede training begint met realistische verwachtingen. De 20 km door Brussel is haalbaar voor veel lopers, maar je mag ‘m ook niet onderschatten. Wie zich inschrijft, weet waarschijnlijk dat je niet zomaar 20 vlakke kilometers krijgt voorgeschoteld. In Brussel bevinden zich meer hoogtemeters dan je denkt.”
“Op de website van de 20 km door Brussel vind je kwalitatieve trainingsschema’s, en die zijn volgens mij een prima vertrekpunt. Die schema’s zijn echt goed opgebouwd, al geef ik er zelf vaak een eigen draai aan.”
“Vaak hoor je dat je wekelijks 20 km moet lopen als je doel 20 km is. Dat kun je verdelen over 2 à 4 loopjes per week, bijvoorbeeld een duurloop gecombineerd met een interval- of tempotraining. Belangrijk is geleidelijk opbouwen: start niet meteen met 20 km per week, maar verhoog je kilometers elke week stapje voor stapje. Ik loop door het jaar ook regelmatig, en schakel ongeveer twee maanden op voorhand een versnelling hoger.”
“Train je met hartslag of tempo in gedachten, dan is een sporthorloge handig om dat in de gaten te houden en je vooruitgang bij te houden.”
“Wie denkt dat Brussel plat is, kan zichzelf wel eens tegenkomen tijdens de race. Het parcours gaat door verschillende tunnels en kent heel wat korte, pittige hellingen. Het parcours is dus best heuvelachtig. Dat hoeft geen probleem te zijn, maar ik raad wel aan om het jezelf tijdens je trainingen niet te gemakkelijk te maken. Mijn advies? Gooi af en toe bewust wat hoogtemeters in je trainingen. Dat hoeft niet extreem te zijn, maar zo kan je lichaam er wel al eens aan wennen. Tijdens de wedstrijd ga je daar echt de vruchten van plukken.”
“Je hoeft jezelf geen doel qua tijd op te leggen om deel te nemen aan de 20 km door Brussel, maar het kan wel helpen. Ik deed het eerste jaar mee zonder doel, ik wilde de wedstrijd gewoon kunnen uitlopen. De tweede keer wilde ik het natuurlijk beter doen. Maar ik leg mezelf geen strakke tijd op. Op zo’n grote wedstrijd heb je niet alles zelf in de hand. Zo word je regelmatig wel eens opgehouden door de massa. Dat hoort er gewoon bij.”
“Tijdens de 20 km door Brussel zie ik natuurlijk af, maar ’t is ook vooral genieten. Door de aanmoedigingen van het publiek, zowel bekende als onbekende gezichten, staat er eigenlijk de hele tijd een glimlach op mijn gezicht.”
Johanna
Door de jaren heen heeft Johanna haar vaste essentials verzameld. Dit zijn haar must-haves.
“Ik loop bijna altijd met een koptelefoon of oortjes. Onlangs kreeg ik de Shokz OpenRun Pro 2 cadeau en die ga ik bij de volgende editie zeker dragen. Je blijft je omgeving horen, en dat vind ik tijdens een wedstrijd belangrijk: ik wil de sfeer van de wedstrijd blijven meepikken.”
“Een must. Ook al heb je een leger aan supporters en zijn er lockers, er zijn altijd dingen die je zelf bij wil hebben. Voor mij volstaat een heuptasje: Zakdoeken en mijn gsm, meer heb ik op zich niet nodig. Een looprugzak of drinksysteem kan zeker ook, maar voor mij werkt een heuptasje of running belt het best.”
“Die hellingen in de tunnels, onderschat ze niet. Goede sportsokken zijn dan extra belangrijk. Ik merk dat er meer wrijving ontstaat dan tijdens een gewone looptraining. Investeren in goeie loopschoenen heeft pas echt zin als je ook investeert in goeie sokken.”
“Voor de start sta je een hele tijd stil, en dan koel je snel af. Ervaring leerde me dat een luchtig extra laagje in de vorm van een loopjas handig is. Of je het jasje aanhoudt, in je looprugzak stopt of rond je middel bindt? That’s on you! Ik bind het zelf rond m’n middel wanneer ik te warm krijg.”
Voeding en hydratatie kunnen je race maken of kraken. Johanna deelt haar eet- en drinkschema.
“In de week van de wedstrijd let ik extra op: ik drink dan geen alcohol, maar wel voldoende water. Ik probeer ook gezond te eten en genoeg te slapen. De avond voor de 20 km durf ik mezelf ook wel eens een stevige portie pasta voor te schotelen, onder het met mom van ‘carb loading’. M’n lichaam kan die brandstof goed gebruiken de volgende dag.”
“Geen koffie voor mij de ochtend van een race. Wel een witte bagel met pindakaas en schijfjes banaan. Dat geeft me meteen veel energie. Ik drink dan ook al voldoende water, om goed gehydrateerd aan de wedstrijd te kunnen beginnen.”
“Ongeveer een uur tot een half uur voor de start eet ik nog een goeie energiereep. Dat geeft me nog wat extra energie zonder te zwaar op de maag te liggen.”
“Afhankelijk van je startbox kan dit tijdstip verschillen, maar één regel is voor mij duidelijk: Eten doe ik dan niet meer. Ik drink enkel. Daarvoor maakt ze gebruik van de waterstandjes langs het parcours. Veel lopers rondom mij hadden een klein looprugzakje bij met extra water, en dat is ook zeker een slim plan. Zelf neem ik genoegen met de kleine bekertjes water en sportdrank onderweg. Bij warmer weer drink ik meer dan bij frissere temperaturen.”
“Na de finish is herstel key. Meteen erna eet ik een proteïnepuddinkje of een banaan om op krachten te komen, en daarna een goeie hamburger. Dat hoort er ook bij.”
Wij maken gebruik van marketing, analytische en functionele cookies en vergelijkbare technologieën. Ook derden en sociale netwerken kunnen cookies plaatsen via onze website. Als je op “accepteren” klikt, ga je hiermee akkoord. Je kan voorkeuren ook wijzigen en wij slaan jouw keuze twee jaar op. Direct je keuze wijzigen? Dat kan via de cookie policy button onderaan alle pagina's.