image link

Shop nu de ronde prijzen >

🕒 Leestijd: 11 minuten

45 minuten tussen leven en dood op de Mont Blanc

De jonge avonturier Sander D’hespeel droomde van de top van de Mont Blanc. Op weg naar beneden veranderde de droom in een nachtmerrie toen hij met twee metgezellen in een gletsjerspleet viel. Na een val van 33 meter klampte hij zich met de moed der wanhoop vast aan een ijsblok, totdat de redding drie kwartier later kwam. “Maar ik wil zo snel mogelijk terug naar ginder.”


Liefde voor de bergen

Er hangt opwinding in de lucht in de Gonellahut. Het is één uur ’s nachts. Borden en koffiekoppen worden opgeruimd, de laatste kledingstukken laagje per laagje aangetrokken. Knoestige handen leggen knopen en gespen musketonhaken vast. Ze bevestigen stijgijzers aan bergschoenen en grijpen naar ijsbijlen. De sfeer is opgewekt, als op de laatste dag van het schooljaar. Hier gaat iets speciaals gebeuren. De Mont Blanc, de gigant die boven deze berghut uittorent, moet eraan. Over een uur of acht hopen deze geharde mannen en vrouwen op het dak van West-Europa te staan.

 

Een van de klimmers is Sander D’hespeel (25) uit Wevelgem. Hij houdt van de kameraadschappelijke sfeer in de berghutten, waar iedereen dezelfde ingesteldheid heeft. Een clubhuis voor buitenmensen. Al heeft hij vannacht amper een oog dichtgedaan – een combinatie van een late aankomst in de hut, het gesnurk van de andere alpinisten en een fikse dosis gezonde spanning. Van dit soort avontuur droomt hij al lang. Eigenlijk al sinds hij Into the Wild las, het verhaal over Christopher McCandless dat de vrijheidsdrang van een hele generatie aanwakkerde.

Sander houdt van de kameraadschappelijke sfeer in de berghutten, een clubhuis voor buitenmensen. Al heeft hij amper een oog dichtgedaan door de spanning.

Dat boek zet hem aan om zelf de ruige natuur op te zoeken, met de rugzak en de tent. Enkele jaren geleden zwerft hij met een goede vriend over de ruige bergvlakte van het Noorse Hardangervidda. In de Oostenrijkse Alpen waagt hij zich aan een huttentocht. En in 2019 werkt hij een deel van de Haute Randonnée Pyrénéenne af, een langeafstandspad dat de Atlantische Oceaan met de Middellandse Zee verbindt. Op zijn eerste dag in de Pyreneeën komt hij aan bij de Vignemale, waar een dramatische rotswand 700 meter boven de omgeving uitsteekt. “Het gevoel dat je in de bergen krijgt, is amper in woorden te vatten”, zegt Sander. “De uitzichten, de mensen die je er tegenkomt: moeilijk te beschrijven.”

Zeker tijdens de laatste meters voor de top, de finale inspanning, voelt Sander zich volmaakt gelukkig. Dan maakt het zelfs niet uit om welke berg het gaat. Tijdens een beklimming van de Monte Perdido, met 3.355 meter de op twee na hoogste piek van de Pyreneeën, ontstaat het idee om een ‘echte’ top te doen. “Daar begon het te kriebelen om de top als doel van de reis te nemen”, beaamt hij.

 

Zijn oog valt op de Mont Blanc. Niet enkel omdat het de hoogste berg van West-Europa is, maar ook omdat het technisch gezien geen erg moeilijke klim is. Tenminste niet in gunstig weer. “Na wat research leek het mij een bewandelbare berg”, verklaart Sander. “Mijn vader ging vroeger regelmatig op reis naar de Alpen en hij pochte vaak dat hij op de gletsjer van de Mont Blanc had gestaan. Misschien wilde ik hem ergens wel overtreffen.”


Waarschuwing op de Dôme des Miages

Sander is geen ervaren bergbeklimmer. Hij klimt wel vaak indoor, met zijn vriendin, en werkt aan zijn conditie door te zwemmen en te lopen. Meer goesting om de berglucht op te snuiven dan klimervaring. Dat is prima zo, is hem ingepeperd door zijn Belgische gids, die al vaker op de top van de Mont Blanc stond dan de meeste stervelingen op de dichtstbijzijnde brug over het dorpskreekje. Zo’n veertig keer geraakte hij al op 4.810 meter hoogte. Die gids neemt elk jaar mensen mee naar de berg. In de zomer van 2020 mag Sander mee, samen met zeven andere Belgische amateur-bergklimmers.

Wie is Sander D’hespeel?

25 jaar

-

Woont in het West-Vlaamse Wevelgem

-

Werkt bij de klantendienst van GTV, een telecomwinkel in Harelbeke.

Vanuit Saint-Gervais-les-Bains, een Frans dorpje bij de grens met Italië, maakt het gezelschap een oefenklim naar de Conscritshut, op 2.580 meter hoogte. Om half vier begint een select groepje aan de doorsteek van de Dômes des Miages. Voor Sander is het zijn eerste ervaring met alpien wandelen. En wat voor één! Over een flinterdunne graat, soms niet breder dan een ziekenhuisgang, gaat de tocht doorheen de sneeuw van het echte alpijnse hooggebergte. Bij momenten klautert de kliek over rotsen. Eens de zon het landschap verlicht, vergaapt Sander zich aan adembenemende panorama’s. Mooie plaatjes, 360 graden in het rond.

Over een flinterdunne graat, soms niet breder dan een ziekenhuisgang, gaat de tocht doorheen de sneeuw van het echte alpijnse hooggebergte. Mooie plaatjes, 360 graden in het rond.

Op de Dômes des Miages lost het gebergte een waarschuwingsschot. Bij zonsopgang zakt Sander met zijn voet in een crevasse, een verticale spleet in een gletsjer. Zo’n crevasse is soms zo peilloos dat je de bodem ervan niet kan zien, zoals een waterput waar je een steen in moet gooien om de diepte ervan te kennen. Dit keer loopt het goed af. Sander gluurt even naar beneden en beseft aan welk onheil hij ontsnapt is. Maar hij staat er verder niet te veel bij stil, verdoofd door de magnifieke omgeving. Om zeven uur ’s avonds, bijna 16 uur na hun vertrek, trekt het team de deur van een warme hut weer open. “Die dag is heel erg goed meegevallen”, zegt hij. Sander voelt zich klaar voor de Mont Blanc.


Wind en koude

Na een rustdag zet de groep de aanval op de top in vanaf de Italiaanse kant van de berg. De moeilijke kant: vanuit Courmayeur ligt er onderweg slechts één hut. Aan Franse zijde zijn dat er twee, zodat klimmers van op grotere hoogte kunnen aanzetten naar de top. Sander voelt zich evenwel prima en de groep klimt bij duisternis traag maar gestaag omhoog. Op het ritme van de ijsbijl die gaatjes prikt in de sneeuw. Het gebrek aan zuurstof in de lucht doet de longen piepen. Alles gaat trager, een stap per ademstoot, maar van hoogteziekte is geen sprake. Yes, denkt Sander, hij is de Mont Blanc aan het beklimmen!

Het gevoel dat je in de bergen krijgt, is amper in woorden te vatten.

Rond half negen slaat het weer om. IJzig koud was het al, maar nu begint het nog te stormen ook. De wind giert, beukt en stoot tegen 90 kilometer per uur. De vrieshoogte ligt op 4.300 meter, maar de hevige windstoten zorgen voor een gevoelstemperatuur van een pak onder de nul. In de laatste schuilhut, op 4.400 meter hoogte, voegen Sander en co enkele laagjes toe aan hun uitrusting. En ze drinken nog gauw wat koffie. Voor de gids is het dan evenwel al duidelijk: de groep zal het uitzicht vanop de top van de Mont Blanc dit jaar niet te zien krijgen.

 

“We keerden terug in dat slecht weer, over een bergkam”, vertelt Sander. “Bij elke windstoot gingen we zitten. We maakten ons klein en duwden desnoods ijsbijl en pikkel in de sneeuw. Even blokkeerde ik, maar ik was niet de enige.” Gelukkig blijft de gids kalm. Hij stelt de groep gerust. Na drie, vier windstoten wennen de klimmers aan de omstandigheden en gaat het vlotter. In het daglicht kan Sander zelfs smullen van de landschappen, iets wat de duisternis tijdens de klim onmogelijk had gemaakt. “Het was bewolkt, maar prachtig”, geniet hij nog na.


Door het ijs

Sander loopt voorop, vastgeketend aan twee kameraden. De gids volgt iets verder met twee andere klimmers. De Gonellahut zien ze al een hele poos liggen in de vallei, het is nog hoop en al een halfuur. Hoewel het zijn eerste keer is op de Mont Blanc, vindt Sander vlotjes de weg. Hij volgt de voetsporen die hij en zijn kompanen eerder die dag hebben achtergelaten. Totdat het drietal aankomt op een punt waar de afdrukken versnipperen. Na overleg gaat het rechtdoor. Sander plaatst een voet op een sneeuwbrug boven een crevasse, zoals ze er die dag al tientallen zijn overgestoken. Dit keer stort de brug in, opgewarmd door de zon, en tuimelt Sander recht naar beneden. Het gaat razendsnel. “Vergelijk het met een glijbaan in een pretpark, waar het water opspat in je gezicht. Maar dan nog veel brutaler.” Het blauw van de lucht en het wit van de sneeuw en het ijs flitsen voor zijn ogen.

Sander plaatst een voet op een sneeuwbrug boven een ‘crevasse’, zoals ze er die dag al tientallen zijn overgestoken. Maar dan gaat het fout.

Normaal wandelen alpinisten, gelinkt met een touw, loodrecht op een crevasse af. Valt er eentje in, dan hebben de andere twee nog voldoende afstand om te remmen. Zij kunnen hun pikkel in de grond rammen en de schok proberen op te vangen. Maar in plaats van loodrecht, staan de drie nu evenwijdig met de spleet. Daardoor is de afstand veel korter. Sander sleurt zijn metgezellen mee de dieperik in. Pas 33 meter lager komen ze tot stilstand. Zijn kompanen komen op een tafel van sneeuw terecht. De ene heeft pijn aan zijn ribben, de andere breekt zijn been.

 

Sander belandt in een trechter en geraakt gedeeltelijk geklemd tussen de sneeuwwanden, een vijftal meter van de anderen verwijderd. “Ik zat negentig graden gedraaid en had een ijsblok tussen mijn benen, als een grote yogabal. Van zodra ik die loste, voelde ik me wegglijden. Ik was overtuigd dat ik ieder moment verder kon vallen. Dan was het waarschijnlijk verkeerd afgelopen.” Sander panikeert. Hij denkt dat hij zal sterven. Dat hij zijn vriendin nooit meer zal terugzien. Zijn vader, zijn moeder – die sowieso al niet te vinden was voor het avontuur – zijn zus, zijn grootouders, zijn vrienden. Sanders romantische Into the Wild-droom dreigt te veranderen in een nachtmerrie.


Adrenaline

Maar dan gaat zijn verstand op nul. Met alle macht probeert hij zich vast te klampen aan de sneeuwklomp. Dat doet hij zo krachtig dat hij een spier in zijn linkse biceps scheurt. Niet dat hij dat voelt. Door de adrenaline ervaart hij geen koude of pijn meer. Ook tijdsbesef heeft hij niet. “Het duurde wel lang, maar ik kon niet zeggen of het nu tien minuten of een uur was.”

Ik was ervan overtuigd dat ik ieder moment verder kon vallen. En dan was het waarschijnlijk verkeerd afgelopen.

De drie beginnen te roepen om hulp. Sanders eerste idee is: gooi een touw naar beneden. “Maar dat was te gevaarlijk en praktisch niet te doen. Zeker gezien onze blessures. We zijn onderling beginnen praten. De anderen moesten mij kalmeren, omdat ik in zo’n benarde positie hing. Gelukkig zijn we allemaal bij bewustzijn gebleven en bloedden we niet. Dat stelde onze vrienden boven ook meteen gerust.”

 

Intussen hebben de gids en de twee andere klimmers, die hun kameraden naar beneden zagen schuiven, de hulpdiensten verwittigd. Drie kwartier na de schuiver daalt een Italiaanse reddingswerker af in de spleet. Die klikt Sander vast aan een tweede touw, zodat hij naar boven getakeld kan worden. “Ik heb continue gedacht dat het met mij gedaan was. Tot op het moment dat ik gered ben”, vertelt hij.

Niet uitgeklommen

De berg wint altijd, zo luidt een klimwijsheid. Hoewel de Mont Blanc verre van de moeilijkste alpenklim is, vallen er geregeld doden. Soms doordat onvoorbereide onverlaten naar boven lopen in korte broek (echt waar!) en op trainingsschoenen “geschikt voor een grootmoeder die door de stad wandelt”, aldus de Franse politie. Maar evengoed komen doorgewinterde alpinisten in de problemen door stormen, lawines of een stom ongeluk.

 

De berg wint dit keer niet. Sander heeft geluk dat hij het kan navertellen. Met de helikopter wordt hij afgevoerd. Hij belandt in het ziekenhuis van Aosta en komt ervan af met een gescheurde spier, een grote schaafwonde aan zijn gezicht en een dik oog. Zijn longen zijn gezwollen – bij het diep inademen voelt het alsof er een diepe riem rond zijn borstkas zit. De medische balans van zijn kompanen is ernstiger: de ene heeft zes gebroken ribben, de andere een dubbele beenbreuk, een heupblessure en een gebarsten schouder.

Alpinisme voor beginners

Wil je voor het eerst in je leven naar de top van een berg klimmen? Nog meer dan bij bergwandelen heb je voor alpinisme de nodige kennis, techniek én materialen nodig. Behalve een rugzak, stevige bergschoenen, een EHBO-set en een hoofdlamp mogen deze spullen niet ontbreken in je uitrusting:

  • Stijgijzers: om grip te krijgen op een gletsjer of langs een bevroren waterval omhoog te klimmen – ook ‘ijsklimmen’ genoemd. Je bevestigt ze onder een stevig paar bergschoenen met hoge schacht en stijve zool.
  • Klimhelm: essentieel om je hoofd te beschermen tegen vallende stenen of bij een val in een gletsjerspleet.
  • Klimgordel en -touw: niet enkel handig bij verticaal klimmen, maar ook wanneer je in groep aan elkaar gekoppeld een gletsjer oversteekt.
  • IJsbijlen: in elke hand eentje om jezelf een weg naar boven te banen tijdens het ijsklimmen.

TIP: Ga als beginner nooit alleen de bergen in! Schakel een gediplomeerde berggids in en volg een beginnerscursus alpinisme, zodat je goed voorbereid aan de start – of de voet van de berg – komt.

 

Van klimgordel tot musketon, van lichtgewicht rugzak tot gripvaste klimschoen. Wist je dat je bij A.S.Adventure ook terecht kan voor je klimuitrusting?

“Van de helikopter naar de ambulance, van het ene bed naar het andere, van de scanner naar de dokter: ik had amper tijd om na te denken over wat er gebeurd was. Pas toen ik mijn vader en vriendin aan de lijn kreeg, ben ik even emotioneel geworden.” Sanders moraal lijkt niet aangetast wanneer we hem enkele maanden na het accident spreken. Ondanks zijn bijna-doodervaring is zijn liefde voor de bergen niet ingetoomd. “Mentaal heb ik het hele voorval redelijk snel en goed kunnen verwerken”, zegt hij. “Thuis ben ik wel een keer in grote paniek wakker geschoten. Toen stamelde ik volgens mijn vriendin dingen over de Mont Blanc. Zij heeft er meer moeite mee gehad. Ze worstelde vooral met het idee dat ik zo lang heb gedacht dat ik dood zou gaan en niemand meer zou terugzien.”

 

Ooit wil Sander terug naar de Mont Blanc. Om het onvoltooide werk af te maken. Ook zijn metgezellen willen de bergen niet uit de weg gaan. Het ongeval heeft de groep tot een hecht team gekneed. Enkelen overwegen om samen een cursus alpinisme te volgen. Ook zijn vriendin, eveneens van het sportieve, avontuurlijke type, wil volgende keer mee. “Doordat ik niet boven geraakt ben, wil ik zo snel mogelijk terug”, klinkt het vastbesloten.

Is Sanders klimpartij jou iets te avontuurlijk, maar wil je toch graag de hoogste top van de Alpen van dichtbij zien? Fotograaf Uwe Depoorter maakt je warm voor een bergwandeling op de Mont Blanc.


Wandelen in hooggelegen gebieden vergt wel wat kennis en vaardigheid. Gelukkig kennen wij veel tips en tricks om jouw bergwandeling tot een goed einde te brengen!


Cookie-instellingen voor de beste online A.S.Adventure-ervaring

A.S.Adventure maakt gebruik van marketing, analytische en functionele cookies en vergelijkbare technologieën. Ook derden en sociale netwerken kunnen cookies plaatsen via onze website. Als je op “accepteren” klikt, ga je hiermee akkoord. Je kan voorkeuren ook wijzigen en wij slaan jouw keuze twee jaar op. Direct je keuze wijzigen? Dat kan via de cookie policy button onderaan alle pagina's.