basket.timer.attention

basket.timer.time.is.running.out

Zo maak je vuur

Met de hele vriendengroep rond een heerlijk kampvuur, kan het nog beter? Maar laat ons eerlijk zijn, soms is het een hele uitdaging om het vuur aan te maken. Met deze tips slaat de vonk veel sneller over.

Anatomie van een kampvuur

Voor je takken begint aan te steken, zijn er twee zaken waar je goed moet over nadenken: de locatie en de brandstof van je vuur.

 

Locatie

Een geschikte locatie vinden voor je vuur staat natuurlijk bovenaan je prioriteitenlijstje. Het spreekt voor zich dat je geen vuurtje aanlegt in een kurkdroog bos of heide. Als je een ietwat vrije plek hebt gevonden, maak je een vuurcirkel. Maak een cirkel met stenen en probeer bladeren en takken van de grond weg te halen. Zo kun je zelf perfect in de hand houden hoe ver het vuur zich mag uitbreiden.

Let op: je mag niet zomaar overal vuur maken:

  • Je mag hout verbranden in een vuurschaal of -mand, zolang het hout droog en onbehandeld is.
  • Bij open vuur: hou 100 meter afstand van gebouwen en 25 meter afstand van bos of natuurgebied.
  • Vraag toestemming aan de eigenaar van de grond en lees het gemeentelijk reglement!

Brandstof

Eens je vuurcirkel klaar is, kan je op zoek gaan naar brandstof. Je hebt eerst en vooral droge tondel nodig. Dat is een verzamelnaam voor zeer droog en ontvlambaar materiaal. Denk maar aan houtschilfers, bast en dennennaalden. Daarna zoek je kleine takken en twijgen, dennenappels en groot brandhout. Let op! Snij of kraak geen takken af van bomen. Doe wat meer moeite en raap ze op van de grond. Dat hout is droger en je beschadigt er niets mee.

Het vuur aanmaken

Leg eerst je tondel klaar en daarrond wat takken en twijgjes. Als het vuur aanwakkert, kan je de grote houtstukken erbij leggen.

 

Je kan het vuur natuurlijk aanmaken met een aansteker, maar die laten je soms in de steek. Zeker in koude omstandigheden. Een vuurstick komt je dan tot de redding. Hou de stick dichtbij het tondel, zodat de vonken op het brandbaar goedje vallen.

 

Eens het tondel in brand schiet, kan je zachtjes blazen zodat de vlam aanwakkert. Zodra de vlammen overslaan naar de kleine takjes, kan je het vuur blijven voeden. Eerst met nog meer kleine takken, daarna langzaamaan met grotere en droge houtstukken.

 

TIP: maak een tipivorm met wat dunne takken en leg het tondel erin. Zo wakkert het vuur sneller aan. Daarna zet je op dezelfde manier de grotere houtstukken tegen het vuur.

Wat bij regen en sneeuw?

Een vuur aanmaken terwijl alles om je heen nat is en het ook nog eens op je hoofd druppelt? Het kan, maar het vereist toch wat meer moeite!

  • Zoek wat droog tondel (als je er zelf geen mee hebt). Bij slagregen is er steeds een zijkant van een boom droog. Daar kan je de bast van afnemen.
  • Is er een dode boom in de buurt? Probeer dan met een mes tot het binnenste van de boom te geraken. Daar is het droog en geschikt tondelmateriaal.
  • Kijk onder natuurlijke overdekkingen. Een overhangende steen biedt misschien beschutting aan enkele droge stukken hout.
  • Test of je hout droog genoeg is. Kan je het buigen? Dan is het te nat. Kraakt het in twee? Dan is het droog genoeg.
  • Zoek een beschutting. Dit kan onder de bladeren van een boom of een zeil zijn. Of je kan natuurlijk zelf een onderdak maken voor je vuur.
  • Maak de grond proper, zodat alle natte bladeren weg zijn. Daarna leg je een bedje van takken aan. Dit is het platform waarop je je vuur maakt, zodat de vocht van de grond je vuur niet aanraakt.

Daarna maak je het vuur aan zoals wanneer het droog is. Leg voor de zekerheid ook nat hout naast het vuur. Zo droogt het en ben je zeker dat je genoeg brandstof hebt.

 

TIP: bij een te sterke wind scherm je je vuur best af. Dit kan door een windscherm of door wat hout voor je vuur opeen te stapelen.

Alternatief voor een kampvuur

Tijdens zware trektochten is het natuurlijk heel wat moeite om eerst het vuur genoeg te stoken voordat je kan beginnen met koken. Een kookvuurtje biedt dan soelaas. Je zet ‘m aan, zet je pot erop en het water kan beginnen koken. Maar je hebt er natuurlijk wel verschillen in.

Goed voor Gasbrander Multifuel Houtbrander Esbit
Koud weer
X (sommige) X    
Grote groepen
  X    
Lichtgewicht
X   X X
Gemakkelijk gebruik X   X X
Lage prijs X     X

De vurige favorieten van onze experts

Onze experts Wietse en Marie hebben heel wat ervaring met het aanmaken van vuur. Zij delen hun favoriete vuurtjes en firestarters!

FireSteel en TinderSticks: “Werkt bij alle weersomstandigheden. Ook als de FireSteel nat is en op grote hoogte. De Tindersticks zijn gedrenkt in hars, waardoor ze makkelijk vuur vatten.”

Primus PowerLighter: “Deze aansteker is zelfs bij veel wind moeilijk uit te krijgen. Geeft een vlam met een temperatuur van 1.300°C.”

Coghlan’s Waterbestendige lucifers: “Ideaal als het regent. Zelfs als je lucifers nat zijn, zullen ze nog werken.”

Primus Express Duo Stove Piëzo: “De Piëzo aansteker op deze brander zorgt ervoor dat je zelfs geen aansteker nodig hebt. Het geeft vanzelf een klein vonkje wanneer je hierop drukt.”

BioLite Camp Stove 2: “De ideale oplossing als je een kampvuurtje wilt waarop je makkelijk kan koken. Deze brander werkt op hout en ventilatie zorgt voor een grotere zuurstoftoevoer. Bovendien kan je via de USB-aansluiting je smartphone opladen!”

Esbit aanmaakblokjes: “Zeer basic, maar bijzonder doeltreffend. Je kan het zo gebruiken om iets op te warmen. Maar stop het bij je kampvuur en je zal geen moeite hebben om het vuur aan te maken.”

>> Op het gemak in het vuur staren? Dat doe je natuurlijk vanuit een kampeerstoeltje!

Niets zo vervelend als aankomen op je kampeerplek en merken dat je je haringen, je voetpomp of je lucifers vergeten bent.

>> Wil je niet voor verrassingen komen te staan? Maak gebruik van onze supervolledige checklist.

>> Start jij ook geregeld een kampvuur? Deel dan je foto’s op Facebook en Instagram met #asadventure!