
Op een rijtje glijden we over een bevroren meer, een slinger door het wit. De sneeuw kraakt onder onze skilatten, onze pulka’s schuiven gedwee achter ons aan. Rondom ons rijzen bergen op als zachte slagroomtoefen. Alles is wit. Alles is stil.
De Kungsleden, Zweeds voor ‘het Koningspad’, is een van de bekendste langeafstandsroutes van Scandinavië. Over zo’n 440 kilometer doorkruist ze het noorden van Zweden. Wij verkennen met reisorganisatie Travelbase vijf etappes van het noordelijke deel, van Abisko naar Singi. Met negen avonturiers trekken we van hut naar hut, elk met een pulka achter ons aan: een bagageslee die trouw volgt als een goed opgeleide hond.
Twee dagen eerder landden we in Kiruna bij -20°C en een heldere hemel. Diezelfde avond krijgen we meteen waar we op hopen: groene flarden noorderlicht dansen boven de hut. We blijven naar het magische spektakel kijken tot we steenkoud zijn.
Tijdens de lunch huppelt een rendier voorbij.
De volgende ochtend laten we de bewoonde wereld achter en glijden door een kaal berkenbos. Rode kruisen op houten palen wijzen de weg. Gsm-bereik is er niet. Een digitale detox krijgen we er gratis bij. Het is muisstil. Geen verkeer, geen elektriciteitskabels, geen bromtoon van beschaving. Alleen onze ademhaling. “Je hebt hier maar één taak: één voet voor de ander zetten”, zegt onze gids. Het maakt de tocht bijna meditatief.
We lunchen onder de staalblauwe lucht, met de zon hoog boven ons en voelen ons de koning te rijk op deze King’s Trail. En als even later een rendier voorbij huppelt, kan de dag helemaal niet meer stuk.
Onze wimpers bevriezen, alsof we witte mascara dragen.
Waar we gisteren nog beschut tussen de bomen gleden, glijden we nu door een overweldigende leegte. We trekken over een bergpas en een eindeloos bevroren meer. Tijdens de lunch grappen we dat we graag eens een beetje storm willen, “een kleintje maar”, om de full experience te beleven.
Een uur later hebben we prijs. Een ijzige wind beukt tegen ons in, sneeuw stuift wild in het rond en de horizon is verdwenen. De hut lijkt een stipje dat maar niet dichterbij komt. Onze wimpers bevriezen, alsof we witte mascara dragen. Pauzeren is geen optie, daarvoor is het te koud, dus stap voor stap schuiven we vooruit. “It will be a walk in the park”, had onze gids vanochtend gezegd.
Als we eindelijk de hut bereiken, zijn we uitgeput en dolblij. De voldoening is enorm. De huttenwaard staat ons al op te wachten met een thermos warm bessensap. We warmen op bij de kachel en praten na over onze dag en over wat er morgen op het programma staat. “It will be a walk in the park”, voorspelt onze gids, waarop we lachen. Ondertussen weten we dat die voorspelling zelden klopt.
We zien de hut al van ver, maar ze lijkt urenlang niet dichterbij te komen.
Op dag vier bereiken we de Tjäktjapas, het hoogste punt van onze route. Vanaf hier gaat het naar beneden. Maar dat blijkt makkelijker gezegd dan gedaan. Eén voor één gaan we onderuit, als Bambi’s op het ijs. Gelukkig is de landing zacht, dus vinden we dat niet erg. Integendeel, er wordt vooral veel gelachen. En we juichen als we eens zonder vallen beneden geraken.
Elke avond duiken we de sauna in. Niets is heerlijker dan na een dag in de vrieskou de hitte voelen. Vervolgens rennen we naar buiten en rollen door de sneeuw. De kou prikt als naaldjes in onze huid. En dan snel weer naar binnen, voor een tweede ronde.
Wat blijft hangen na zo’n reis? Sowieso de stilte, de eenvoud. Maar ook: het verlangen om hier terug te keren. In de zomer, om te ontdekken hoe deze witte wereld eruitziet in het groen. Zonder vrieskou, zonder bevroren wimpers. It will be a walk in the park.
Avonturiers die zin hebben in een winterse uitdaging, maar geen doorwinterde backcountry skier hoeven te zijn. Met een goede conditie en een portie goesting kom je hier al ver.
Vijf dagen lang ski je van hut naar hut door besneeuwde valleien en over bevroren meren. Onderweg trek je je eigen spoor, ’s avonds warm je op bij de kachel of in de sauna. Bonus: kans op noorderlicht.
Februari en maart zijn ideaal. Dan zijn de sneeuwcondities stabiel en zijn er opnieuw voldoende daglichturen om comfortabel te trekken.
Je legt zo’n 75 kilometer af, dagelijks 12 tot 22 kilometer. Het terrein is grotendeels vlak tot licht golvend, maar de kou en de afstand maken het fysiek uitdagend.
De groep bestaat uit maximaal 15 deelnemers.
In berghutten van de Svenska Turistföreningen (STF). Basic maar comfortabel: met stapelbedden, houtkachel en vaak een sauna. Geen elektriciteit of douche, wel sfeer.
De stilte. De eindeloze witte landschappen. Het ritme van bewegen, eten en slapen. En het gevoel dat je even helemaal weg bent van alles.
Om je de beste online ervaring te bieden, maken wij gebruik van marketing, analytische en functionele cookies en vergelijkbare technologieën. Raadpleeg onze cookie policy voor meer informatie. Ook derden en sociale netwerken kunnen cookies plaatsen via onze website om je gepersonaliseerde advertenties buiten de website te tonen. Door “Alles accepteren” te selecteren, ga je hiermee akkoord. Om dit niet steeds opnieuw te vragen, slaan wij je voorkeuren voor het gebruik van cookies voor twee jaar op. Je kan je voorkeuren op elk moment wijzigen via de cookie policy button onderaan alle pagina's.