basket.timer.attention

basket.timer.time.is.running.out

Het geheim van mooie winterfoto’s

Dwarrelende sneeuwvlokjes, maagdelijk witte sneeuwtapijten, druppels die vastvriezen aan je neus … Het ziet er allemaal best fotogeniek uit, maar dit alles beklijvend vastleggen op de gevoelige plaat is wat anders. Tijd voor enkele tips.

Voorbereiding troef

Niets zo vervelend als een lege camerabatterij. Zorg elke dag voor een volle accu of een set reservebatterijen want ze lopen sneller leeg door de koude. Eens op de piste bewaar je je camera zo warm mogelijk, liefst onder je jas en dicht tegen je lichaam. Zo gaan de batterijen langer mee en voorkom je dat je toestel er bij extreme kou de brui aan geeft. Wikkel je camera voor alle veiligheid in een plastic zak met een opening voor de lens – of in een speciaal uitgeruste cameratas – en veeg regelmatig de natte druppeltjes weg. Na een lange dag op de latten laat je het toestel best binnen acclimatiseren vooraleer je het weer aanzet. Zo vermijd je condens in de camera.

Say cheeeeeeeese

  • Let op met flitslicht wanneer het sneeuwt. De meest nabije vlokjes reflecteren het licht, terwijl de rest een donkere vlek wordt.
  • Neem je foto’s vroeg in de ochtend of laat in de namiddag. De lage zon geeft diepgang aan de prachtige witte panorama’s.
  • Gebruik een polarisatiefilter om de blauwe lucht intenser te maken. Resultaat? Het contrast met de witte takjes vol sneeuw is nu groter.
  • De automatische belichtingsmeter van een camera staat ingesteld op 18% grijswaarde. Om mooie witte (en geen grijze) sneeuw te kieken, overbelicht je de foto met 1 tot 2 stops.
  • Breng de compositie in balans. Hier geldt de 1/3-2/3-regel: richt je camera zo dat een derde van het beeld uit blauwe lucht bestaat en twee derde uit witte sneeuw. Of omgekeerd.
  • Doorbreek het witte vlak en zorg voor wat kleur om diepte te creëren. Een set ski’s, een takje of enkele collega-wintersporters geven een extra dimensie aan je foto’s.