image link

Shop nu de ronde prijzen >

🕒 Leestijd: ongeveer 11 minuten

Op safari in de betonnen jungle

Dat mezen brulboeien worden om met hun gezang boven het geronk van de auto’s uit te kunnen komen en dat slechtvalken eigenlijk gewoon gemaakt zijn voor een leven in de stad. Wie tijdens een stadswandeling luistert naar de verhalen van Natuurpunter Joeri Cortens (45) bekijkt de betonnen jungle nadien nooit meer met dezelfde ogen. “Het zijn de plantrekkers onder de dieren die in de stad komen wonen. Alleen zij kunnen zich aanpassen.”


Schoorsteen in plaats van holle boom

In vogelvlucht moeten we amper een kilometer stappen van het station naar het stadscentrum. Maar snel wordt duidelijk dat het wat langer zal duren. Terwijl wij vooral beton en asfalt zien, merkt Joeri overal groen op. En daar staat hij graag even bij stil. “Achter die bouwwerf ginder kan je de achtertuinen van een huizenrij zien”, wijst hij. “In een stad zijn dat typische plekken waar je nog veel natuur vindt. De bomen daar zijn minstens 70 jaar oud. Er zit een kauw in de kruin.”

 

Zo’n kauw, dat is “een geval apart”, zegt Joeri. “Het is een vogelsoort die zich perfect heeft aangepast aan het leven in de stad. Van nature nesten zij in een holle of afgebroken boom, wat eigenlijk bijna hetzelfde is als een schoorsteen. Vandaag zitten we met veel gebouwen waarvan de schoorstenen niet meer gebruikt worden. Die vormen dus de ideale kauwennesten.”



Wie is Joeri?

NAAM

Joeri Cortens

 

LEEFTIJD

45 jaar

 

BEROEP

Educatief medewerker bij Natuurpunt

 

WOONPLAATS

Woont in Geel


Kauwen zijn koloniedieren. “Ze vertoeven graag in grote groepen. Vanop de stadsdaken kunnen ze alles goed in de gaten houden. Ze voelen zich veilig in de stad en zijn tegelijk perfect mobiel om een paar kilometer verderop oogstresten van een akker te gaan plukken.” Of ze gaan voor fastfood. “Een restje kebab of een friet die op de grond belandt, daar zijn ze ook niet vies van”, glimlacht Joeri.

 

Vlak naast de weg zit in een boom een koolmees van haar tak te maken. “Deze mees klinkt luider dan die in je tuin”, zegt Joeri. “Ze moet zo luid roepen om boven het geronk van de auto’s uit te komen. Om dat te kunnen, verkiest ze een eenvoudige roep. Stadsmezen verliezen zo een deel van hun finesse. Dat worden brulboeien.”

"Dieren die in een stad komen wonen, zijn niet zomaar doorsnee exemplaren. Het zijn de plantrekkers van de familie."

Je een hele dag schor schreeuwen, dat klinkt niet als de leukste bezigheid. Waarom kiezen mezen dan voor een leven in de stad? “Omdat ze het aandurven”, zegt Joeri. “Ze zijn bereid van zich aan te passen en hebben hier ook minder concurrentie dan op het platteland. Dieren die in een stad komen wonen, zijn niet zomaar doorsnee exemplaren. Het zijn de plantrekkers van de familie (glimlacht).”

 

“Wij bekijken dieren van eenzelfde soort vaak als één geheel. Terwijl er veel individuele verschillen zijn. Ook binnen de biologie begint daarvoor steeds meer aandacht te komen. Zo hebben onderzoekers bijvoorbeeld ontdekt dat de sprinkhanen die je in Brussel vindt, langere vleugels hebben dan sprinkhanen op het platteland. Het kost meer moeite om in de stad te geraken, dus is het logisch dat de individuen met lange vleugels als de eerste de sprong wagen. Ondertussen hebben zij die eigenschappen doorgegeven aan hun nakomelingen. Dat noemen we stadsevolutie.”

Erwtensoep vol vissen

Joeri woont in de stille Kempen, maar is vertrouwd met Mechelen omdat het hoofdkantoor van zijn werkgever Natuurpunt zich hier bevindt. “Op het dak van het Natuurpunthuis heb je een mooi overzicht over de stad. In de zomer eten de collega’s buiten. Dan schrijven ze op welke vogels passeren. De ooievaars van Planckendael vliegen bijvoorbeeld geregeld voorbij, maar soms zijn er ook verrassende passanten.”

 

Zelf houdt Joeri een leuke herinnering over aan een functioneringsgesprek. “Een aantal jaren geleden stelde mijn baas voor om dat gesprek te voeren tijdens een wandeling langs de Dijle. Onderweg zag ik in het water plots een enorme vis die verstrikt zat in een plastic net.” Het dier verroerde geen vin. “Ik dacht dat de vis dood was, maar toen ik het net vastnam bleek hij nog te leven. Het was een snoekbaars. Heel indrukwekkend.”

Vier diersoorten die je vaak terugvindt in de stad.

Halsbandparkiet

 

Een exoot die hier per ongeluk (ontsnapt uit vogelkooi) of met opzet (ooit uitgezet in Brussel) terechtkwam en perfect kan gedijen in de stad.

Klimopzijdebij

 

Is sinds het begin van deze eeuw bezig aan een opmars in Vlaamse steden. Ze leeft van de nectar en stuifmeel van bloeiende klimop en kan goed aarden in de hitte-eilanden die steden in de zomer zijn.

Vos

 

Heeft zich aangepast aan een stadsleven. Vindt er alles wat hij nodig heeft en is minder bang van de mens.

Waterhoentjes

 

Zij zijn een typisch voorbeeld van een relictsoort. Dat is een diersoort die - onder meer in Mechelen - al langs het water leefde lang voor de stad eromheen werd gebouwd.

Tijdens een evaluatiegesprek en passant even een leven redden. Dat kan niet anders dan goeie punten opleveren. “Ja, dat was wel een leuk moment”, glimlacht Joeri. “Aanvankelijk was ik verbaasd om een snoekbaars aan te treffen in zulk troebel water. Maar eigenlijk was het ook logisch. Een snoekbaars jaagt voor een gedeelte op geluid. Hij gebruikt echolocatie, zoals vleermuizen dat ook doen en gedijt hier dus perfect. Later hebben we eens een fuik in de Dijle geplaatst om te zien welke vissoorten erin zitten. We vonden onder meer voorns, jonge snoekbaarzen, baarzen, en joekels van palingen. Zulke vondsten bewijzen dat stadswater vissen aantrekt vanaf dat de waterkwaliteit goed genoeg is. Laat dat een pleidooi zijn voor meer open water in de stad.”

 

Joeri vertelt over de vissen vanop een brug over de Dijle. Van hieruit is er eerlijk gezegd weinig te merken van het rijke onderwaterleven. “Het water lijkt op erwtensoep”, zegt Joeri. “Je kan niks zien. Maar de aanwezigheid van bepaalde vogels in de stad wijst erop dat er wel degelijk vissen zitten. Hier vliegen aalscholvers over. Die komen niet voor een kleine garnaal.”


Nachtenlang zingen naast de lantaarnpaal

We naderen de Kruidtuin, een park in de Mechelse binnenstad. Wanneer de avond valt, is dit het speelterrein van een vos. “Die zullen we vandaag niet zomaar te zien krijgen. Om te weten of hij er zit, zouden we op zoek moeten gaan naar sporen en keutels. In een klein park als dit is dat moeilijk. Hier zijn geen grote modderpartijen waarin pootafdrukken kunnen blijven staan.”

 

Net als de brullende mezen, heeft ook de vos zich aangepast aan het leven in een stad. “Wanneer je in Brussel rondloopt bijvoorbeeld is het niet de vraag of je een vos zal zien, maar wel hoe snel en waar. De vos die hier zit raakte een aantal maanden geleden gewond, maar zou ondertussen aan de beterhand zijn.”


“Om in een stad te kunnen aarden, moet zo’n vos wel zijn grenzen verleggen”, weet Joeri. “Hij kan niet anders dan het idee loslaten dat de mens een vijand is die op hem wil jagen. Eens dat punt voorbij, kan hij hier overleven.”

 

Maar hem spotten, dat is dus een ander paar mouwen. Dat wordt dus geen romantische foto van Joeri en de vos op het bruggetje over de stadsvijver. Dan maar poseren met een waterhoentje? Ook dat maakt zich uit de voeten - of de poten - wanneer de fotograaf het in beeld probeert te brengen.

 

“Deze tijd van het jaar zijn alle vogels hier nog lief voor elkaar”, zegt Joeri. “Maar vanaf dat het broedseizoen begint, verandert dit park in een battle field. De waterhoenen worden dan heel territoriaal en motten elkaar echt af. Zoals kangoeroes trappelen ze dan met hun achterpoten tegen elkaar, omdat ze nood hebben aan hun eigen space. In de winter kan dat hen allemaal minder deren.”

"Een roodborstje dat een nest bouwt naast een lantaarnpaal raakt daarvan in de war. Het denkt dat het dag is en zingt de hele nacht door."

Het park is mooi aangelegd, met groene graspartijen en wandelpaden. Een hazelaar en een uit de kluiten gewassen bamboe groeien er vredig naast elkaar. “De bamboe is een exoot. In een natuurgebied zou je direct zeggen ‘kom, haal die eruit’, maar in een stad kan dat wel voordelen hebben. Een mus bijvoorbeeld zal zeker deze bamboe verkiezen om in te slapen.”

 

De lantaarnpaal die verscholen staat tussen de bamboe baart Joeri meer zorgen. “Voor de veiligheid laten steden zulke lampen soms ’s nachts branden. Een roodborstje dat hier komt nesten in de hazelaar raakt daarvan in de war. Dat denkt dat het dag is en zingt de hele nacht door. Het vogeltje verschiet zo al zijn kruit in de Kruidtuin. Door urenlang te zingen verliest hij energie en is hij minder succesvol in het grootbrengen van de jongen.”

Van de vogelkooi naar de stadsparken

Parkbezoekers brengen soms per toeval exotische soorten mee. Omdat er zaden aan hun schoenen blijven hangen bijvoorbeeld. Op andere momenten gebeurt het met opzet. Zoals bij de roodwangschildpadden. “Kermisschildpadden”, noemt Joeri ze. “Die zitten hier zeker in de vijver. Ze worden door mensen uitgezet. Ze houden ze als huisdier en willen er na een tijdje niet meer voor zorgen. Zo’n dier kan tot 40 jaar worden.”

 

Alsof het zo gepland was, komt er net tijdens Joeri’s uitleg over exoten een halsbandparkiet overgevlogen. “Ook een exoot”, zegt Joeri. “Daar vliegen er ondertussen zo’n 10.000 van rond in onze steden. Terwijl we ooit zijn gestart met een paar tientallen. Van de voormalige eigenaar van de vroegere Melizoo is bijvoorbeeld geweten dat hij er enkele heeft vrijgelaten aan de Heizel in Brussel, om wat kleur te brengen. En aan de NAVO-gebouwen zijn er ook eens losgelaten. Ja, dan ben je vertrokken natuurlijk.”

"Van de voormalige eigenaar van de vroegere Melizoo is geweten dat hij enkele halsbandparkieten heeft vrijgelaten aan de Heizel in Brussel, om wat kleur te brengen."

De halsbandparkiet was bovendien ooit een heel populair huisdier, weet Joeri. “In de jaren 80 zouden er 400.000 verscheept zijn naar Europa. Daar is ongetwijfeld een heel klein percentage van ontsnapt.  Sommige mensen willen die parkieten weg, want ze maken lawaai en kakken alles onder. Maar dat is onbegonnen werk. De halsbandparkiet is een vogel die oorspronkelijk voorkomt in de Himalaya, wat maakt dat hij dus ook in koude temperaturen kan overleven. Hij verkiest de stad boven het platteland omdat er hier veel hoge bomen zijn en door het warmere microklimaat in de zomer.”


Moord aan de waterkant

Dat hij niet vaak een stad bezoekt, zo bekent Joeri terwijl we langs het wandelpad over de Dijle stappen. “Met een citytrip doe je mijn geen plezier. Of het moest naar Cuzco ofzo zijn (glimlacht).” Maar als hij er dan toch is, ziet hij overal moois. Joeri wijst naar mos en varens die zich hebben vastgezet op een stenen muur. “Zoom hier hard genoeg op in en het is precies de Blue Lagoon”, glimlacht hij. “Terwijl dit eigenlijk gewoon het resultaat is van regenwater dat uit een dakgoot druipt. Veel mensen zullen dit vuiligheid vinden. Voor mij is het een mooi stukje wildernis.”

 

We wandelen onder een brug door. Tegen de brugwand hebben enkele duiven een nest gebouwd. “Dat zijn geen bos- of tortelduiven, maar rotsduiven”, zegt Joeri.  “Om die in het wild te zien, moet je naar de kliffen van Dover of naar de Alpen. De duiven die hier zitten, hebben natuurlijk al vele genetische mutaties doorstaan, maar hun oorsprong ligt wel bij de rotsduif. Dat zie je ook nog aan de donkere kleur van de veren. Het is een typische vogel die eigenlijk voorbestemd is om in een stad te leven, toch wat hun broedplaats betreft. Stenen brugpilaren zijn voor hen de perfecte surrogaat-rotsbiotoop.”


Wist je dat er in de stad per oppervlakte meer dier- en plantensoorten te spotten zijn dan op het platteland? Joeri geeft vier redenen:

  1. Steden waren van oorsprong heel biodivers. Ze werden gesticht op plaatsen waar veel eten te vinden was en makkelijk aan landbouw kon worden gedaan.
  2. Mensen die naar steden gaan, brengen bewust of onbewust nieuwe soorten mee. Zaden die aan schoenen blijven plakken of mensen die van het platteland naar de stad verhuizen en geliefde planten of dieren meebrengen.
  3. Een stad heeft een grote verscheidenheid aan habitats. Je vindt er water, parken, (dak)tuinen, braakliggende stukken… Dat is veel variatie op microschaal. Daardoor krijg je in de stad per oppervlakte veel meer biodiversiteit dan op het platteland waar grote stukken ingepalmd zijn door landbouw.
  4. Door intensieve landbouw ligt de natuur er op het platteland veel slechter bij dan in de stad. Grote stukken weiland worden steriel gehouden. Onder andere het gebruik van pesticiden, meststoffen, het omploegen van grond en het inzaaien van slechts één soort zorgen ervoor dat er geen andere soorten kunnen groeien. Vanuit een economische denkwijze lijkt dat logisch, voor de biodiversiteit is het nefast.

Plots houdt Joeri halt. Aan zijn voeten liggen witte pluimpjes. “Hier is iets gebeurd”, zegt hij. “Waarschijnlijk is dit het werk van een slechtvalk. Hij heeft hier een duif vermoord en geplukt.” Sherlock Joeri wijst een minuscule rode vlek aan. “Bloedspetters, het bewijs dat hier een moord heeft plaatsgevonden.”

 

Slechtvalken zijn roofvogels die lange tijd niet meer voorkwamen in onze streken. “Onder meer door het gebruik van pesticiden waren ze verdwenen. Na het verbod op het pesticide DDT in 1974 heeft het nog 22 jaar geduurd voordat er weer een broedgeval was in Vlaanderen”, weet Joeri. “Tegenwoordig vind je ze in veel steden, het zijn hun ideale broedplaatsen. Ook in Gent bijvoorbeeld hebben ze nestkasten voor slechtvalken opgehangen.”


Zonnepanelen zijn geen waterspiegels

“Zie je de braakliggende stukken grond tussen de treinsporen?”, vraagt hij. “Daar groeit de buddleija, een struik die vlinders en bijen aantrekt. Het toont meteen het voordeel aan van zulke typische braakliggende stukjes grond in een stad. Daar hebben zich nog geen ecosystemen op gevestigd. Wie eerst is, kan het stukje inpalmen en er groeien.”

 

Is de stad dan voor veel diersoorten ook een ideale biotoop, of mag daar nog aan gewerkt worden? Joeri hoeft niet lang na te denken over het antwoord: ja en nee.

 

We beelden ons een fleurig tafereel in. Een bonte verzameling vlinders die ’s zomers voorbij komt gefladderd terwijl reizigers staan te wachten op de trein. Maar Joeri haalt ons meteen van onze roze wolk. Hij tikt tegen de enorme glaspartij die deel uitmaakt van de nieuwe spoorwegoverkapping. “Hier vliegen ze zich tegen te pletter”, klinkt het droog. “Als je in september komt kijken, dan ligt deze plek vol dode bijen en vlinders. Zij denken dat ze onder de nieuwe overkapping door kunnen vliegen, maar stoten op de glaswand. Ze blijven fladderen tot ze er letterlijk bij neervallen.”


Een ecologische valstrik noemt Joeri het. En zo zijn er velen. “Neem nu libellen. Zij zien een weerkaatsing en denken dat ze water gevonden hebben. Vervolgens leggen ze hun eieren op zonnepanelen. Die dan nooit uitkomen natuurlijk.”

 

De voorbeelden leggen een pijnpunt bloot. Dat stadsontwikkelaars amper rekening houden met plant en dier. “In Nederland staan ze daar verder in. Bij ons is Gent de enige stad met een stadsecoloog en een soortenplan. De stad en de groendienst hebben er jarenlang moeite gedaan om biologische data te verzamelen. De volgende stap is dat ze echt moeten gaan kijken naar de verschillende delen van de stad. Waar zitten welke soorten zitten en welke acties kunnen we daaraan koppelen? Er is een systematische aanpak nodig.”

Durven investeren in groen

In Mechelen is de Sint-Romboutstoren een vaste broedplaats van de slechtvalk. Daar aangekomen haalt Joeri zijn verrekijker boven. “Een slechtvalk kunnen spotten is altijd plezant”, zegt hij. “Vanaf maart kan je ze hier makkelijk horen en zien rondvliegen.” Rond de toren liggen kadaverresten van duiven op de grond. Ze bevestigen de aanwezigheid van de roofvogel.

 

“Slechtvalken eten duiven, maar ook andere vogels”, zegt Joeri. “Nachttrekkers, bijvoorbeeld.” Die pechvogels komen vaak per ongeluk in het vizier van de slechtvalken terecht. “Tijdens hun passage in de stad vliegen ze zich vast in de lichtstraat die gevormd wordt door de sfeerverlichting van de kathedraal. Eens ze daarin verzeild raken, durven ze er niet meer uit.” Wordt er toevallig op dat moment een slechtvalk wakker, dan heeft hij een makkelijke prooi. “Zo komt het dat we soms dode vogels vinden die wij in deze streken niet kennen als broedvogel. De kwartelkoning bijvoorbeeld, die wordt dan vermoord terwijl hij onderweg is naar Scandinavië. Omdat een van onze slechtvalken toevallig een hongerke had.”

"Een groenere stad is aantrekkelijk voor bezoekers, de mensen die erin wonen zijn gelukkiger, de huizen stijgen in waarde... Het is als bestuur de beste investering die je kan doen."

Onderweg terug naar het station wandelen we door de winkelstraat. Buiten een hond – “ziehier de canis lupus domesticus”, grapt Joeri – en een paar opgezette pinguïns in de vitrine van een opticien valt er weinig fauna en flora te bespeuren. “De vergroening van zo’n stadscentrum kan natuurlijk altijd beter”, zegt Joeri. “Steden zijn tegenwoordig hitte-eilanden. Al dat beton warmt op en geeft ’s avonds warmte af. In de zomer kan de temperatuur hier 7 tot 8 graden hoger liggen dan op het platteland. Bomen kunnen dan voor verkoeling zorgen, dat zijn echte verdampers.”

 

“Als stad moet je durven investeren in groen en biodiversiteit”, vindt Joeri. “Dat verdient zichzelf sowieso terug. Een groenere stad is aantrekkelijk voor bezoekers, de mensen die erin wonen zijn gelukkiger, de huizen stijgen in waarde... Het is als bestuur de beste investering die je kan doen. Daar ben ik van overtuigd. We moeten echt met z’n allen leren van de natuur in de stad te omarmen.”

Laat je verder inspireren

Achter elke straathoek kan in de stad een groene oase verborgen liggen. Deze 16 plekjes wil je niet missen.


Of je nu naar vogels wil turen in je tuin of naar zebra’s die galopperen door de savanne, een goede verrekijker is onmisbaar. Wij helpen je kiezen.


Cookie-instellingen voor de beste online A.S.Adventure-ervaring

A.S.Adventure maakt gebruik van marketing, analytische en functionele cookies en vergelijkbare technologieën. Ook derden en sociale netwerken kunnen cookies plaatsen via onze website. Als je op “accepteren” klikt, ga je hiermee akkoord. Je kan voorkeuren ook wijzigen en wij slaan jouw keuze twee jaar op. Direct je keuze wijzigen? Dat kan via de cookie policy button onderaan alle pagina's.