
“Waar moeten we naartoe?” Vandaag stel jij de vraag. Geef je kind de wandelkaart of laat het speuren naar de volgende routemarkering. Bij een splitsing stoppen jullie even: welke kant wijst het pijltje uit? En wie ziet het volgende bordje al? Jij houdt de juiste richting in de gaten, maar laat je kleine gids zoveel mogelijk zelf uitzoeken. Wandel je met meerdere kinderen? Wissel dan van routeleider bij elk knooppunt of bankje. Ook fijn voor kinderen die al wat groter zijn: laat hen vooraf mee een route uitstippelen.

Bij ‘de vloer is lava’ worden wortels en stapstenen veilige eilandjes. Spreek samen af waar je mag staan en probeer veilig de overkant van het lavaveld te bereiken.
Op een vlakker stuk kan je overschakelen naar dierenpassen: sluipen als een vos tot de volgende boom, grote stappen zetten als een reiger of huppelen als een konijn. Laat je kind het dier kiezen en probeer zelf ook eens die reigerpas.
Schrijf een paar kleine opdrachten op kaartjes en stop ze in een zakje. “Zoek iets dat op een letter lijkt.” “Bedenk een naam voor dit pad.” “Loop tot het volgende bankje als een robot.” Als het enthousiasme tijdens jullie wandeling wat verslapt, mag iemand een kaartje trekken.
Met iets grotere kinderen kan je de opdrachten vooraf samen bedenken. Misschien bedenken ze ook een paar opdrachten waar je zelf nooit op zou komen. Hou ze kort en haalbaar en laat iedereen om de beurt trekken. Een blanco kaartje erbij? Wie dat trekt, mag ter plekke een opdracht bedenken voor de anderen.

Een spinnenweb, een veer, iets geels en een boom met een gat: zet voor vertrek een paar dingen op een zelfgemaakte bingokaart. Voor jonge kinderen teken je ze, oudere kinderen kunnen zelf (mee) een lijstje bedenken. Dan gaan jullie op zoek. Wie heeft als eerste een rijtje vol? Kies vooral dingen die je waarschijnlijk zal tegenkomen, met één of twee moeilijkere vondsten erbij, zoals een dierenspoor. Afvinken is voldoende, alles mag blijven liggen.
Je hoeft geen ree te zien om te ontdekken dat er dieren in het bos leven. Een pootafdruk in de modder, een aangeknaagde dennenappel of een veertje langs het pad vertelt ook iets. Zak dus af en toe door je knieën en kijk samen wat er te vinden is. Welk dier zou hier gelopen hebben? Was het op zoek naar eten? En waar ging het naartoe?
Geen flauw idee welk dier hier gepasseerd is? Maak een foto en zoek het samen uit. Via iNaturalist kunnen andere natuurliefhebbers jullie helpen uitzoeken welk dier er langskwam. Of vergelijk jullie vondstmet de foto’s en uitleg op Diersporengids.nl, een online veldgids die je ook op je smartphone kan raadplegen.Tip: fotografeer een meetlatje naast het spoor, want de grootte kan veel verklappen.

Heeft de favoriete knuffel al eens een beek gezien? Waarschijnlijk niet. Hoog tijd dat je kind hem meeneemt en rondleidt. Wat groeit er langs het pad? En zou hij over dat bruggetje durven? Je kind toont hem de weg en zoekt tijdens de pauze een fijn plekje waar hij kan zitten.
Ergens in de buurt ligt een schat verstopt. Dat klinkt al een stuk spannender dan “we gaan een rondje wandelen”. Bij geocaching zoek je met behulp van een app naar een verborgen doosje: de cache. Kies vooraf een eenvoudig exemplaar langs een korte route en laat je kinderen mee de richting volgen. In de buurt van de verstopplek begint het echte speurwerk. Achter die stronk? Onder dat bankje? Na de vondst schrijven jullie je naam in het logboek en leggen jullie de cache terug op dezelfde plek. Soms zitten er ook kleine ruilspulletjes in: neem daarvoor zelf iets mee.

Geef je kind een camera of af en toe je smartphone, met een paar gerichte opdrachten. Fotografeer iets piepkleins, iets met strepen, iets grappigs en iets dat je straks thuis wilt tonen. Een slakkenhuis, gestreepte boomschors of een gekke schaduw: wat legt je kind vast?
Filmt je kind graag? Dan kan het een mini-vlog of natuurdocumentaire maken. Met bijvoorbeeld een kort vertrekshot, een bijzondere vondst en een interview met de wandelgenoten. “Papa, wat vond jij het gekste onderweg?” Leuk om samen de beelden te bekijken na de wandeling. Misschien heeft je kind iets opgemerkt waar jij gewoon voorbijliep.
Dat paadje dat jullie zo goed kennen, ziet er in het donker plots anders uit. De lichtbundel laat de groeven in een boomstam zien, schaduwen worden langer en ergens ritselt iets. Wandel een stukje, sta even stil en luister. Wat horen jullie dat overdag minder opvalt?
Neem voor iedereen een zaklamp of hoofdlamp mee en kies een korte, bekende route waar je na zonsondergang mag wandelen. Voor kinderen die het donker nog spannend vinden, kan je al in de schemering vertrekken. Samen ontdekken hoe de avond valt, is ook een avontuur.

Een bruggetje, een vlonderpad of een uitkijktoren geeft kinderen iets om naar uit te kijken. Bekijk vooraf wat jullie onderweg tegenkomen en maak het concreet: “Vandaag zoeken we drie bruggen” of “Zou je vanop die toren onze auto kunnen zien?”
Passeren jullie een bruggetje over stromend water? Dan kunnen jullie een takjesrace houden. Iedereen zoekt een klein (gevallen) takje en laat het tegelijk in het water vallen aan de kant waar het water onder de brug stroomt. Kijk daarna aan de andere kant welk takje eerst verschijnt. Nog een keer? De rest van het pad kan wel even wachten.
Om je de beste online ervaring te bieden, maken wij gebruik van marketing, analytische en functionele cookies en vergelijkbare technologieën. Raadpleeg onze cookie policy voor meer informatie. Ook derden en sociale netwerken kunnen cookies plaatsen via onze website om je gepersonaliseerde advertenties buiten de website te tonen. Door “Alles accepteren” te selecteren, ga je hiermee akkoord. Om dit niet steeds opnieuw te vragen, slaan wij je voorkeuren voor het gebruik van cookies voor twee jaar op. Je kan je voorkeuren op elk moment wijzigen via de cookie policy button onderaan alle pagina's.