


“Waar je fietst, bepaalt welk type verlichting je nodig hebt”, weet expert Jonathan. “Op een goed verlichte fietsostrade wil je vooral gezien worden. Draai je onderweg een donkere landweg in, dan wil je zelf putten, bochten en obstakels tijdig zien.”
“Fiets je vooral op goed verlichte wegen, fietsostrades of in de stad? Dan volstaan meestal fietslichten met vervangbare batterijen. Die verbruiken weinig en gaan lang mee. Met zo’n 50 tot 150 lumen zit je goed. Hou er wel rekening mee dat zulke lampjes vooral zorgen dat andere weggebruikers je zien. Zelf verlichten ze de weg maar beperkt.”
“Loopt een deel van je route langs donkere of landelijke wegen? Dan heb je een krachtigere lichtstraal nodig. Met een oplaadbare fietslamp of hoofdlamp vanaf 500 lumen zie je obstakels een stuk beter aankomen.”
“Op de racefiets, gravelbike of mountainbike ligt je snelheid doorgaans hoger. Daardoor moet je verder vooruit kunnen kijken. Kies een krachtige lamp met een brede, gelijkmatige bundel. Voor donkere offroadpaden kom je al snel uit bij 800 tot 1.200 lumen of meer.”
“Het aantal lumen geeft aan hoeveel licht een lamp uitstraalt, maar staar je daar niet blind op. Minstens even belangrijk is hoe dat licht over de weg wordt verdeeld. Een gelijkmatige bundel van 500 lumen kan bruikbaarder zijn dan één felle lichtvlek van 800 lumen.”
In België moet je je fietslichten aanzetten tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag. Ook overdag moeten je lichten aan als je niet duidelijk tot op ongeveer 200 meter kan zien door mist, regen of sneeuw.
Fiets je over de grens? Ook in onze buurlanden moeten je lichten aan in het donker en bij slecht zicht. De precieze regels verschillen wel: zo zijn knipperlichten in Nederland verboden en is in Frankrijk buiten de bebouwde kom bij duisternis of slecht zicht een reflecterend hesje verplicht.
Je mag je lampen op je fiets, kleding of rugzak bevestigen, zolang ze goed zichtbaar blijven en niet achter je jas, fietstas of rugzak verdwijnen.
Voor sommige racefietsen en fietsen met kleine wielen gelden uitzonderingen. In het donker of bij minder dan 200 meter zicht zijn de reflectoren wel verplicht.
“Fietslichten en reflectoren zorgen ervoor dat je wettelijk in orde bent. Een fluohesje, reflecterende jas of andere zichtbaarheidsaccessoires zijn niet verplicht, maar helpen wel om eerder gezien te worden. Ze vervangen je fietsverlichting nooit.”
“Eén gouden, of fluogele, regel: fluo en reflectie zijn niet hetzelfde. Fluo valt vooral op bij daglicht, schemer, regen en grauw weer. Reflecterend materiaal kaatst invallend licht terug en bewijst vooral in het donker zijn nut. Een fluohesje zonder reflecterende stroken doet in het donker dus minder dan je misschien denkt. Combineer fluo daarom altijd met reflecterend materiaal en goede fietsverlichting. Zo ben je wettelijk in orde én een stuk moeilijker over het hoofd te zien.”
Ja, zowel je voor- als achterlicht mag knipperen. Het is wel belangrijk dat het andere weggebruikers niet verblindt.
Nee. Een fluohesje is niet wettelijk verplicht, maar kan je wel beter zichtbaar maken. Kies bij voorkeur een model met reflecterende stroken.
In een verlichte stad volstaat doorgaans 50 tot 100 lumen. Voor slecht verlichte wegen kies je best 500 lumen en op een onverlichte weg 800 lumen of meer. Wie snel of offroad fietst, heeft doorgaans meer licht nodig.
Richt je voorlicht lichtjes naar beneden, zodat de helderste zone vóór je fiets op het wegdek valt.
Om je de beste online ervaring te bieden, maken wij gebruik van marketing, analytische en functionele cookies en vergelijkbare technologieën. Raadpleeg onze cookie policy voor meer informatie. Ook derden en sociale netwerken kunnen cookies plaatsen via onze website om je gepersonaliseerde advertenties buiten de website te tonen. Door “Alles accepteren” te selecteren, ga je hiermee akkoord. Om dit niet steeds opnieuw te vragen, slaan wij je voorkeuren voor het gebruik van cookies voor twee jaar op. Je kan je voorkeuren op elk moment wijzigen via de cookie policy button onderaan alle pagina's.