basket.timer.attention

basket.timer.time.is.running.out

Ik ga wandelen in de Ardennen en ik neem mee


Ik ga wandelen in de Ardennen en ik neem mee

Wandelen kan iedereen: gewoon de ene voet voor de andere zetten en je bent vertrokken. En welke locatie leent zich daar beter toe dan onze eigen Belgische Ardennen? Met onze 5 geboden voor de wandelaar kan je wandelweekend niet foutlopen!

1. Denk aan je voeten

Zonder voeten kun je niet wandelen. Da’s pure logica, maar toch vergeten we al snel hoe belangrijk die stappers voor ons zijn. Als je kilometerslang op je voeten wil vertrouwen, leg je ze maar beter goed in de watten … en kies je voor het ultieme wandelsysteem.

  • Loop je wandelschoenen in: laat je nieuwe paar niet in de schoendoos zitten tot je eerste wandeltocht, want dan krijg je gegarandeerd last van blaren en pijnlijke voeten. Draag je wandelschoenen dus eerst een paar keer binnenshuis en daarna voor korte afstanden in je buurt, vooraleer je echt kilometers gaat vreten. Zo worden ze soepeler en vormen ze je geleidelijk naar je voeten
  • Draag de juiste sokken: een goede wandelsok heeft verdikkingen op cruciale plaatsen, die je voet van extra bescherming en schokdemping voorzien. Bovendien voeren ze je zweet snel af en houden ze je voeten netjes op temperatuur. Wandelsokken zijn quasi naadloos, dus de kans op het ontstaan van wrijving en drukpunten is miniem.
  • Kies voor wandelzolen op maat: vervang het standaard fabriekszooltje door een ondersteunende inlegzool die aangepast is aan je type voet. Op die manier kun je je wandelschoenen helemaal naar jouw wensen aanpassen en bereik je een optimaal comfort tijdens het wandelen.
  • Neem pleisters en een EHBO-set mee: zeker voor lange tochten mag een degelijke first aid kit niet ontbreken in je rugzak. Ken je je blaargevoelige plekjes? Plak die dan op voorhand af met een stukje sporttape. Voor blaren onderweg zijn pleisters, een naald, ontsmettingsmiddel en steriel gaas je redders in nood.

2. Blijf op het juiste pad

Het mag dan mooi staan op je stappenteller, toch is niets zo frustrerend als een extra rondje kilometers malen, omdat je ergens een bospaadje naar links hebt gemist. Een goed gevoel voor oriëntatie en navigatie zijn de sleutel tot een geslaagde wandeltocht!

 

  • Stippel vooraf je route uit: een goede voorbereiding is het halve werk. Bekijk op voorhand al eens je (staf)kaart van de omgeving, zodat je weet aan welk soort terrein je je zal wagen. Op internet kun je ook prima wegbeschrijvingen vinden voor ontelbaar veel wandelroutes in de Ardennen. Druk ze af en stop ze in een waterdicht, plastic mapje.
  • Leer werken met je navigatiemiddel: kies je voor de ‘old school’ methode met kaart en kompas of vertrouw je op de technische snufjes van je outdoor-gps? Welke keuze je ook maakt: wil je onderweg niet in de problemen komen, dan verdiep je je best thuis al eens in de wereld van hoogtelijnen, schaalgrootte en waypoints.
  • Hou de tijd in het oog: je gemiddelde wandeltempo is afhankelijk van allerlei factoren: je conditie, de weersomstandigheden, het terrein, je gezelschap … Probeer bij het uitstippelen van je tocht een realistische inschatting te maken van hoeveel kilometers je kunt afleggen op één dag. Toch wat langer onderweg? Een goede hoofdlamp verlicht je pad tot lang na zonsondergang.

3. Hou je energie op peil

Als je er stevig de pas in zet, verbruik je best wel wat energie onderweg. Zorg dus voor een ruime voorraad in je heuptas, binnen handbereik. Zo hoef je niet terug te vallen op je survival-skills als je maag begint te knorren.

 

  • Blijf steeds gehydrateerd: wandelen is óók een sport en je gaat er zelfs flink van zweten. Om je vochtpeil aan te vullen, is voldoende water drinken erg belangrijk. Zorg daarom steeds voor een volle drinkbus – of beter nog: een camelbak in je rugzak. Zo draag je te allen tijde je eigen watertank op je rug.
  • Eet regelmatig snacks: omdat je voortdurend in beweging bent, verbrand je ook constant energie. Om ervoor te zorgen dat je lichaam niet – letterlijk en figuurlijk – stilvalt, is het belangrijk om tijdens het stappen je reserves te blijven aanvullen. Noten, vers en gedroogd fruit, energie- en mueslierepen zijn de beste keuze. Onderweg een appeltje schillen? Vergeet je zakmes niet!

4. Wees voorbereid op weer en wind

Van hittegolven in april tot herfststormen in putje zomer: in België weet je nooit wat je van het weer mag verwachten. En zeker in de Ardennen kunnen de temperaturen ’s ochtends en ’s avonds snel de dieperik in gaan. Daarom voorzie je maar beter voldoende alternatieven in je rugzak!

 

  • Kleed je in laagjes: je wandeling begint misschien nog fris, maar na een paar kilometers klimt de zon wat hoger en begin je meer te zweten. Dan is het drielagensysteem de ideale oplossing: het voert het vocht snel weg van je huid en houdt je warm en droog wanneer het moet. Met technisch ondergoed blijf je bovendien lekker fris in de zomer.
  • Neem een regenjas mee: een onschuldig wit wolkje kan al snel uitgroeien tot een dreigende onweerswolk. Met een goede waterdichte jas – idealiter een exemplaar met Gore-Tex®-coating – kun je een stevige regenbui perfect de baas. Niets zo vervelend immers als een hele dag in natte kleren rondsjokken!
  • Bescherm je tegen de zon: tijdens je wandeltocht ben je de hele dag blootgesteld aan de zon. Dat kan je mooi kleurtje, maar ook heel wat ellende opleveren als je je niet voldoende beschermt tegen de schadelijke stralen. Smeer dus regelmatig een flinke laag zonnecrème, zet een pet of hoedje op en draag een zonnebril met UV-protectie.

Geniet met volle teugen!

Met de nodige voorbereiding en een tiptop uitrusting ben je helemaal klaar voor een geslaagd wandelweekend. Nu rest je niets anders meer dan je rugzak te vullen, je veters aan te trekken en je ogen de kost te geven in onze prachtige Ardennen. Veel wandelplezier!